Trommelvliesbuisjes plaatsen bij volwassenen

Inleiding

Ten aanzien van trommelvliesbuisjes bestaan er altijd veel vragen, daarom is er ook veel te vertellen.
Deze pagina is bedoeld om, na een algemene uiteenzetting over de bouw van het oor, in te gaan op de ingreep en tenslotte op de nazorg. Wij hopen dat deze pagina op 99% van uw vragen een antwoord geeft. Is dit niet het geval, laat het ons dan persoonlijk of telefonisch (020-6 346 212) weten.

Bouw van het oor

Trommelvliesbuisjes - Oor - schematisch

Wij onderscheiden aan het oor drie delen:

  1. Uitwendig oor (oorschelp en gehoorgang);
  2. Middenoor met hierin de gehoorbeentjes (begrensd door trommel­vlies en slakkenhuis);
  3. Binnenoor (slakkenhuis en gehoorzenuw).

De geluidstrillingen worden door het uitwendige oor opgevangen en verder geleid naar het middenoor. De trillingen ko­men dan eerst op het trommelvlies om vervolgens via de gehoorbeentjes verder te worden geleid naar het slakkenhuis. Het middenoor is een lucht­houdende holte.

Deze lucht komt in deze holte door de buis van Eustachius (de verbinding tussen middenoor en neus-keelholte).

Bij volwassenen kan door veel oorzaken, bijvoorbeeld door vele ontstekingen in de bovenste luchtweg (recent of in het verleden) de functie van de buis (het open en dichtgaan op de juiste momenten) verstoord raken.

Wanneer klachten

Voor een optimaal functioneren van het gehoor moeten alle onderdelen (uitwendig oor, middenoor, binnenoor) goed wer­ken. De klachten, die buisjes noodzakelijk maken, vinden een oorsprong in het middenoor. Voor een optimaal functione­ren moet dit middenoor luchthoudend zijn en het trommelvlies fraai gespannen staan. Door o.a. ontstekingen in de neus-keelholte en/of neusbijholten kan de buis van Eustachius niet meer optimaal gaan functioneren, zodat de beluchting van het middenoor tekort kan schieten (we noemen dit tubaire disfunctie). Er ontstaat onderdruk in het middenoor en dit zuigt vocht uit het slijm­vlies van het mid­denoor, dat dan vervolgens niet meer kan wegvloeien via de buis van Eustachius. Daarnaast kan – ook zonder ontste­kings­verschijnselen – de buis van Eustachius tekort schieten bij het gelijkmaken van luchtdruk voor en achter het trom­mel­vlies; we noemen dat “klaren” (in de bergen, tijdens vliegen of zelfs in een tunnel of op een brug).

Met trommelvliesbuisjes worden de middenoren blijvend be­lucht (vgl. kunstmatige buis van Eustachius) en kan het slijm­vlies van de middenoren en de buizen van Eustachius genezen of een tekort schietende buis van Eustachius ver­vangen.

Een buisje voorkomt het dichtgroeien van het trommelvlies na doorprikken.

Plaatsing van de buisjes bij volwassenen gebeurt bij

  1. Langdurige vocht(slijm)ophoping in het middenoor door een onvoldoende functie van de buis van Eusta­chius. Dit veroorzaakt slechthorendheid (men hoort alsof men onder water zwemt) en een drukkend ge­voel in de oren.
  2. Steeds weer optredende middenoorontstekingen.
  3. Sterk ingetrokken trommelvlies met slechthorendheid en dreigende blijvende trommelvliesbeschadiging. Dit veroor­zaakt b.v. ook de klachten bij vliegreizen.
  4. Niet goed kunnen klaren waardoor ondragelijke pijnen ontstaan, wanneer klaren echt noodzakelijk is (vliegen).

Als deze klachten lang bestaan en vervelend zijn, zijn trommelvliesbuisjes over het algemeen zinvol.

Hoe lang blijven buisjes in het trommelvlies zitten?

Uiteindelijk groeit ieder buisje in 3-18 maanden (gemiddeld 12 maanden) weer het trommelvlies uit naar de gehoor­gang toe, waarbij het trommelvlies weer sluit. Het buisje blijft dan meestal in de gehoor­gang geplakt zitten, maar functioneert dan niet meer. Bij uitzondering blijven buisjes soms wel jaren in het trommel­vlies zitten. De verblijfsduur varieert met het type buisje.

Is steeds opnieuw plaatsen altijd nodig?

Nee, dit hangt af van de genezingstendens van het middenoor, buis van Eustachius en het trommelvlies, alsmede de neiging tot bovenste luchtwegin­fecties en allergie.

Ontstaat er schade door buisjes?

Trommelvliesbuisjes zijn bedoeld om klachten en/of schade te voorkomen, zoals het voorkomen van tubaire disfunc­tie­­klachten, en het voorkomen van beschadiging van middenoorstructuren door vele ontstekingen en het voorkomen van een trommel­vliesverzwakking.

Uiteraard bestaan er ook nadelen aan de buisjes. Tijdens de aanwezigheid van een buisje in het trommelvlies kan er ook middenoorontsteking ontstaan door infecties van buitenaf (water). De klachten bij zo een ontsteking zijn echter veel min­der hevig dan bij een intact trommelvlies. Bovendien is de behandeling eenvoudiger; antibioticapillen zijn over het alge­meen niet nodig.

Na het uitstoten van de buisjes in de richting van de gehoorgang sluit het trommelvlies zich en blijft een klein litteken ach­ter. Dit veroorzaakt echter geen gehoorvermindering. In een enkel geval sluit het trommelvlies na het uitstoten van het buisje niet spontaan.

Aan u en de KNO-arts is het echter om een afweging te maken tussen de voor- en nadelen. Pas als de voordelen zwaar­der wegen dan de nadelen wordt tot de ingreep besloten.

Bij volwasse­nen kan deze ingreep meestal met plaatselijke verdoving op Het Dagcentrum (2 West) of op de polikliniek KNO en soms onder narcose op de operatiekamer met opname op de Dagkliniek.

Op Het Dagcentrum plaatsen van trommelvliesbuisjes

U meldt zich op de afgesproken tijd op Het Dagcentrum (2 West). U hoeft niet nuchter te zijn. De KNO-arts kan de verdoving op twee manieren doen, dit wordt vooraf met u besproken:

  1. met verdovende zalf of
  2. met een verdovende injectie.

Manier 1:

U wordt binnen geroepen en de KNO-arts spuit voorzichtig verdovende zalf op uw trommelvlies. Deze procedure vindt liggend plaats en doet geen pijn. Hierna moet de zalf gedurende tenminste een half uur inwerken op huid en trommelvlies. U kunt hierbij gewoon weer in de wachtkamer plaatsnemen. Neem eventueel iets te lezen mee.

Na de inwerkingtijd van de verdoving wordt u wederom binnengeroepen in de kleine operatiekamer. U gaat gemakkelijk plat op uw rug liggen op een operatietafel. De zalf wordt weggezogen van het trommelvlies. Vanaf nu voelt u niets meer van de handelingen van de dokter. Wel kunnen deze handelingen veel lawaai maken.

Manier 2:

U wordt bin­nen­roepen en de KNO-arts spuit voorzichtig verdovingsvloeistof rondom de inmonding van de gehoorgang/oorschelp en gaat daarna direct over tot de plaatsing.

Nadat een gaatje is geprikt in het trommel­vlies, plaatst de KNO-arts een buisje in het gaatje. Soms wordt er ook vocht uit het middenoor gezogen (zeer lawaaiig).

U maakt voor u het ziekenhuis verlaat eerst nog een poliklinische nacontrole-afspraak op de polikliniek Keel-, Neus- en Oorheel­kunde na ongeveer één week.

Ziek

Als u ziek bent op de operatiedag gaat de ingreep niet door. Bel dan om 8.30 uur de receptie van de dagbehan­deling (020-6 346 441) of de polikliniek KNO (020-6 346 212), waar u ook een nieuwe afspraak kunt maken.

Klinisch plaatsen van trommelvliesbuisjes bij volwassenen

Als de KNO-arts de indicatie voor een operatie samen met u heeft gesteld, maakt de polikliniekmedewerker een combinatieafspraak voor het Patiënten Service Bureau (PSB – route 25) en de anesthesioloog (route 32). U wordt gevraagd om voor u naar huis gaat een (digitale) vragenlijst voor de anesthesioloog in te vullen. U komt daarna op de afgesproken dag terug voor het gesprek met een verpleegkundige van het Patiënten Service Bureau en de anesthesioloog. Op deze manier worden alle benodigde gegevens die van belang zijn voor de operatie verzameld.

Aan de hand van een vragenlijst en lichamelijk onderzoek beoordeelt de anesthesioloog of er veilig een narcose kan worden ondergaan. Mogelijk is aanvullend onderzoek (bloedonderzoek, röntgenfoto van de borstkas, elektrocardiogram (hartfilmpje) of longfunctietest) nodig. Eventuele vragen over de narcose en medicijnen kunt u aan de anesthesioloog stellen.

Wanneer de anesthesioloog heeft beoordeeld dat de narcose veilig kan worden ondergaan, zal het Patiënten Service Bureau contact met u opnemen om een operatiedatum af te spreken.

Op de dag van de operatie dient u nuchter te zijn. Dit betekent dat u de instructie uit de informatiefolder van Het Dagcentrum strikt opvolgt.

Nazorg

Pijn

Na het plaatsen van de buisjes kan tijdelijk een pijnlijk en onwerkelijk gevoel optreden. Dit hoort niet langer te duren dan 24 uur. Hiervoor kunt U eventueel paracetamol gebruiken.

Bloeding

Door het plaatsen van de buisjes kan soms een geringe oorbloeding ontstaan. Dit valt niet altijd te voorkomen, maar is vol­ledig onschuldig. De bloeding houdt spontaan binnen 2 dagen op.

Smaakverandering tong

Omdat er een smaakzenuw door uw middenoor loopt, kan er een tijdelijke (paar uur) smaakverandering in de tong optre­den.

Duizeligheid

De verdovende zalf loopt soms na de ingreep het middenoor in en kan zo prikkeling geven van het evenwichtsorgaan. De (draai)duizeligheid die dan ontstaat duurt meestal enkele uren, maar is vrijwel altijd de volgende dag verdwenen.

Loopoor direct na de ingreep

Na de ingreep ontstaat soms een loopoor (pus). Dit is de inhoud van het middenoor, dat afvloeit. Wanneer na 5 da­gen een oor nog loopt, moet er 3x daags 2 druppels in het aangedane oor gedruppeld worden gedurende 10 da­gen. Deze druppels mogen, in tegenstelling tot wat op de bijsluiter vermeld staat, wel in het oor gedruppeld worden. Maak het oor steeds schoon aan de buitenkant alvorens te druppelen.

Dieet

Er bestaan na thuiskomst geen dieetbeperkingen.

Werk

U kan meestal de dag na de ingreep weer naar uw werk.

Controle

De eerste controle vindt ongeveer 7-13 dagen na de ingreep plaats. Na de ingreep op Het Dagcentrum maakt u zelf deze afspraak – na de ingreep – bij de dokters­assistente op de polikliniek KNO.

Verdere vervolgcontroles worden om de 6 maanden door u zelf gemaakt op de polikliniek.

Andere vragen bij trommelvliesbuisjes

Loopoor enige tijd na de ingreep

Als het oor gaat lopen (loopoor), bestaat er een ontsteking van het middenoor. De pus kan dan gemakkelijk uit het mid­denoor lopen via het buisje, zodat er geen koorts of pijn zal optreden. Wanneer dit loopoor langer aanhoudt dan 3-5 dagen, neemt u contact op met ons voor afdoende behandeling (020-6 346 212). Deze behandeling bestaat meestal uit oordrup­pels.

Zwemmen

Na het plaatsen van buisjes mag niet worden gezwommen tot de eerste controle. Meestal geeft zwemmen daarna geen problemen. Wanneer er toch steeds looporen (pus-uitvloed uit 1 of 2 oren) ontstaan, kunt u beter stoppen met zwemmen. Als tussenoplossing kunt u het volgende nog proberen:

  • alleen zwemmen met het hoofd boven water (informeer de badmeester daarover);
  • en/of zwemmen met watjes in de oren, vetgemaakt met zuurvrije vaseline en met een badmuts op;
  • en/of uit voorzorg druppelen met 2 druppels antibiotica-oordruppels in beide oren na het zwemmen.

Bij een loopoor mag nooit gezwommen worden.

Oordoppen

Oordoppen (zwemdoppen) zijn duur, omdat ze op maat worden gemaakt. Zij sluiten over het algemeen onvoldoende af en maakt u slechthorend. Wij adviseren daarom zelden oordoppen te laten aanmeten. Uw verzekering vergoedt deze kos­ten niet.

Baden

Zorg ervoor dat er geen zeepwater in de oren komt. Zeep verlaagt namelijk de oppervlaktespanning van water, waar­door dit gemakkelijker via het buisje het middenoor inloopt. Om dit te voorkomen kunt u watjes in de oren doen, vet gemaakt met zuurvrije vaseline.

Vliegreizen

Met trommelvliesbuisjes in de trommelvliezen kan er geen onderdruk meer ontstaan in de middenoren, zodat u nooit meer oorpijn zult hebben bij vliegen.
Voorzorgsmaatregelen zijn niet nodig.