Keelamandelen – klein kind

Inleiding

Deze pagina geeft informatie over het verwijderen van de keelamandelen bij kleine kinderen (tot 26 kg) in het BovenIJ Ziekenhuis. Wij kiezen ervoor om dan ook altijd de neusamandel ook te beoordelen en deze eventueel ook te verwijderen. De KNO-arts noemt deze ingreep ATE.

Keelamandelen

Tonsillen / keelamandelenKeelamandelen zijn een soort (lymfe-)klieren achter in de keel; ieder mens heeft twee keelamandelen en één neusamandel. De keelamandelen zijn te zien (bij wijd ge­open­de mond) tussen het zachte gehemelte en de plooien van de keel. De neusamandel zit aan de achterwand van de neus achter de huig en is in de keel alleen te zien als deze sterk gezwollen is. Amandelen kunnen allerlei door de neus en keel binnendringende ziekteverwekkers (bacteriën en virussen) bestrijden en zodoende een nuttige functie hebben.

Soms worden de ziektekiemen onvoldoende vernietigd en gaan deze zich ophopen. De amandelen raken dan ontstoken en veelal opgezwollen. Vaak zijn er dan ook lymfeklieren in de hals voelbaar en/of zichtbaar. De amandelen zijn nu zelf de oor­zaak van ont­stekingen geworden en vervullen geen nuttige afweer­func­tie meer. Dit gebeurt meestal pas na het derde levensjaar.

Redenen om keelamandelen te verwijderen

Wanneer de amandelen meer kwaad dan goed blijken te doen, stelt de KNO-arts voor deze ziekmakende keelamandelen eruit te halen. De neusamandel wordt dan ook (weer) weggehaald, omdat deze anders extra gaat groeien. Het overige lymfeklierweefsel zal na de operatie de taak van deze amandelen overnemen.

De belangrijkste redenen voor verwijdering zijn:

  • regelmatig echte keelamandelontstekingen (meer dan 4x per jaar);
  • belemmering van de ademhaling met hard snurken, mondademhaling en slaapapneu (ademstilstand tijdens het slapen door te grote keelamandelen) met sufheid en prikkelbaarheid overdag.

Minder dringende redenen voor verwijdering zijn: onverklaarde perioden van plotseling hoge koorts, hangerigheid, slechte adem en slechte eetlust.

Hulp bij uw keuze wel of niet keelamandelen verwijderen

Een consultkaart vervangt niet de expertise van de arts of de noodzakelijke dialoog tussen patiënt en arts. De consultkaarten zijn expliciet bedoeld als hulpmiddel voor het gesprek tussen arts en patiënt om samen beslissen in het zorgproces te bevorderen. Patiënt en/of ouders van de patiënt kunnen de consultkaart bovendien mee naar huis nemen om alle opties na het consult nog eens rustig door te nemen.

De voorbereidingen direct na het polikliniekbezoek

Nadat u bij de KNO-arts bent geweest, gaat u meteen twee afspraken maken bij de assistente van de KNO-arts:

  • een afspraak voor de operatie,
  • een afspraak voor nacontrole.

Daarna gaat u naar de polikliniek anesthesie (POS, route 32) om een afspraak te maken.

Op de dag van de afspraak bij de POS gaat u aansluitend naar het Dagcentrum (2 West) voor de voorlichting.

Deze afspraken krijgt u op een afsprakenblad mee.

Preoperatief spreekuur (POS)

Tijdens dit spreekuur wordt uw kind door de anesthesist gezien en kunt u – zo nodig – vragen stellen. Aansluitend krijgen u en uw kind uitleg van een kinderverpleegkundige (Ellen en Petra) over alle zaken rondom de operatie. U hebt op het dagcentrum ook nog de gelegenheid om vragen te stellen.
De WGBO (zie ook de laatste tekst op deze pagina) wordt uitgelegd.

De voorbereiding voor de operatie

Neem als tijdstip voor de operatie het tijdstip dat op het afspraakkaartje is vermeld, tenzij u expliciet anders is meegedeeld.

Tien dagen vóór tot en met tien dagen na de operatie kan uw kind géén aspirineachtige geneesmiddelen (Aspro, APC, Saridon e.d.) gebruiken. In aspirine zit een stof, die “bloedverdunnend” werkt en dat zou eerder tot een bloeding kunnen leiden. Paracetamol mag wel.

De volgende regels gelden ten aanzien van eten en drinken vóór de operatie: géén eten en drinken meer zodra uw kind naar bed is gegaan. Indien uw baby nog borstvoeding krijgt, mag dat nog tot 4 uur voor de operatie gegeven worden;  ’s nachts om 2.00 uur de laatste fles mag. Daarna mag helder vloeibaar blijven drinken tot 2 uur voordat geopereerd wordt. Heldere suikerhoudende dranken, zoals appelsap, limonade, thee met suiker en sportdranken zijn toegestaan. Wij ontraden melkproducten drinken vanwege slijmvorming. Tandenpoetsen is toegestaan.

Trek makkelijk zittende kleding aan, die ook vies mag worden. Neem schone kleding mee.
Wij adviseren u lange haren samen te binden.
U kunt – zeker voor jonge kinderen – een drinkbeker of fles en een knuffel of iets te spelen meenemen.

Ongeveer 1 uur voor de ingreep geeft u de pijnstiller die u op het Dagcentrum heeft meegekregen.

Heeft uw kind op de dag van de operatie koorts (>38.5 graden Celsius) dan dient u om 8.00 uur contact op te nemen met Het Dagcentrum (020-6 346 441). Ook bij (het vermoeden van) een kinderziekte dient u dit te melden aan Het Dagcentrum.

Er mogen twee volwassenen op het Dagcentrum aanwezig zijn na de ingreep. Er mogen geen andere kinderen aanwezig zijn na de ingreep in verband met de mogelijke onrust die dat met zich meebrengt.

De behandeling

De kinderen worden om de beurt met één ouder of begeleider naar de operatiekamer gebracht. Daar zijn enkele operatiekamer-verpleegkundigen, de anesthesist en de KNO-arts. Een zwangere moeder kan beter niet mee in de operatie­kamer vanwege het narcosegas.

Uw zoon of dochter neemt zittend of liggend plaats op de operatietafel waar u tegenover plaatsneemt of u neemt uw zoon of dochter op schoot. Met een kapje over de neus en de mond wordt het narcosegas ingeademd. Na ongeveer twee minuten valt uw kind in “slaap”.
Tijdens het in slaap vallen kunnen onverwachte bewegingen worden gemaakt en een snurkende ademhaling. Ook kunnen de ogen open blijven staan terwijl uw kind al niets meer merkt. Dit is normaal, u hoeft zich hierover geen zorgen te maken. Narcose is nu eenmaal niet helemaal hetzelfde als slapen.
Als uw kind onder narcose is, wordt u teruggebracht naar de wachtruimte. Aansluitend begint de KNO-arts met de operatie.

Na de behandeling

Na de ingreep wordt uw kind naar de verpleegzaal op het Dagcentrum gebracht. U wordt dan direct door de kinderverpleegkundige opgehaald. Ouders kunnen vanaf dat moment gedurende de gehele opnameperiode bij zoon of dochter blijven. Afwisseling van bezoek – is door de korte opnameduur – niet mogelijk.

Het is belangrijk dat uw zoon of dochter goed drinkt na de operatie ook al is dit pijnlijk. Er kan nog wat bloedverlies uit de mond en de neus bestaan. Hier moet u niet van schrikken dit is een normaal verschijnsel na deze operatie.

Hoe de kinderen deze ingreep ervaren is afhankelijk van hun karakter, leeftijd, ervaring, voorbereiding e.d.
Door in te gaan op zijn/haar vragen en speluitingen kunt u helpen deze ingreep te verwerken. Het kan voorkomen dat het snel geïrriteerd raakt of ’s nachts onrustig slaapt, weer gaat bedplassen of meer aandacht vraagt. U kunt het beste helpen door hier begrip voor te tonen.

Aangezien uw kind na de operatie niet mag eten, verzoeken wij ook u om dit tijdens de opname op zaal niet te doen.

Bij het ontslag (rond 11.30 uur) krijgt u van de kinderverpleegkundige een formulier met mogelijke problemen (complicaties), adviezen en leefregels mee.

Nazorg thuis

U kunt de informatie van de nazorg-brochure die u op de afdeling krijgt (vast) nalezen.

Eten en drinken

Het is belangrijk dat uw kind goed drinkt na de operatie. De dag van de operatie geeft het beste limonade, water, koude thee en koude bouillon.

De dag na de operatie kan uw kind verder dunne, afgekoelde voeding krijgen, zoals koude vla, pap, soep, puree en appelmoes.
Vanaf de 2e dag na de operatie kunt u het dieet voorzichtig uitbreiden.

Na een week kan uw kind weer alles eten en drinken.

Sommige kinderen willen de eerste dagen niet of nauwelijks eten. Dit is niet verontrustend. Wel is het belangrijk dat uw kind voldoende blijft drinken.

School /crèche /op straat

Uw kind kan de 5e dag na de operatie weer de straat op en naar school / crèche. Bij mooi weer is het natuurlijk mogelijk eerder voorzichtig op straat onder toezicht te spelen.

Stemverandering

Na de operatie klinkt de stem vaak anders. Dit komt door de andere “klankkast” (de mond zonder keelamandelen). Na 6-12 maanden hoort u geen verschil meer.

Sporten / zwemmen

Intensief sporten en dus ook zwemmen is pas verstandig drie weken na de operatie.

Bloedverlies na de operatie

Het is niet verontrustend als uw kind de eerste 24 uur wat bloederig snot uit de neus verliest. Ook kan uw kind nog een keer wat oud, donker bloed opgeven. Dit is bloed wat uw kind tijdens de operatie heeft ingeslikt. Ook dit is niet ernstig; vaak knapt een kind juist erg op nadat het dit bloed heeft opgegeven.

Pas wanneer uw kind aanhoudend vers, helderrood bloed verliest dient u contact op te nemen met het ziekenhuis.

Pijn en koorts

Koorts is meestal een symptoom dat uw kind te weinig drinkt. De koorts verdwijnt meestal nadat uw kind voldoende heeft gedronken. Mocht uw kind ondanks dat het voldoende drinkt toch koorts hebben boven de 38,5 graden, neem dan contact op met het ziekenhuis.
De meeste kinderen hebben na de operatie klachten, waaronder ook oorpijn. Het is daarom belangrijk dat u uw kinderen voldoende pijnstilling geeft.

Controle

De behandelend KNO arts ziet uw kind na ongeveer 6 weken terug op de polikliniek. De afspraak kunt u op de polikliniek KNO maken vlak voor u naar huis gaat of u kunt er (de volgende dag) voor bellen (tel. 020-6 346 212).

Belangrijke telefoonnummers

Mocht u nog vragen hebben voor de opname dan kuntSmiley u Het Dagcentrum (7.00 – 17.00) 020-6 346 441 bellen.

U kunt u zelf nog extra voorbereiden door middel van de volgende boekjes verkrijgbaar in de boekhandel of bibliotheek:

  • “IJs voor Matthijs” door C. Kliphuis en H. van Vliet (ISBN 90-6249206-1);
  • “Nijntje in het ziekenhuis” (ISBN 90-73991-87-0).

Praat over de operatie, maar doe dit niet te lang van tevoren of pas op de dag voor de ingreep. Geef de informatie zo eerlijk mogelijk.

WGBO (Wet Geneeskundige BehandelingsOvereenkomst)

De wet schrijft voor, dat een arts voor een behandeling of een onderzoek de toestemming van de ouders nodig heeft. Daaruit vloeit voort, dat ouders recht hebben op alle informatie die nodig is om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen.

Kinderen hebben eveneens recht op informatie, los van het gegeven hoe oud ze zijn. Naar gelang de leeftijd van het kind of naarmate een kind meer heeft meegemaakt, doen ouders en hulpverleners er goed aan ook naar de mening van het kind zelf te luisteren (tekst Stichting Kind en Ziekenhuis).