Trommelvliessluiting

Inleiding

Deze pagina geeft u informatie over een trommelvliessluiting in het BovenIJ Ziekenhuis. Dit wordt ook wel een myringoplastiek genoemd.

Deze pagina gaat over alle aspecten van deze operatie. Lees de folder een paar maal rustig door. De meeste vragen zullen er door beantwoord worden. Is dit niet het geval, dan kunt u ons per­soonlijk of telefonisch (tel. 020-6 346 212) benaderen.

Bouw en werking van het oor

Trommelvliessluiting - Oor - schematisch - 020-6 346 212Wij onderscheiden aan het oor drie delen:

  1. Uitwendig oor (oorschelp en gehoorgang);
  2. Middenoor met hierin de gehoorbeentjes (begrensd door trommelvlies en slakkenhuis);
  3. Binnenoor (slakkenhuis en gehoorzenuw).

De geluidstrillingen worden door het uitwendige oor opgevan­gen en verder geleid naar het middenoor. De trillingen ko­men dan eerst op het trommelvlies (de grens tussen uitwendig oor en mid­denoor) om vervolgens via de gehoor­beentjes verder te worden geleid naar het slakkenhuis. Het trommelvlies is onge­veer zo groot als uw pinknagel. Het middenoor is een lucht­hou­dende holte. Deze lucht komt in deze holte door de buis van Eustachius (de verbinding tussen middenoor en neus-keelholte).

Oorzaken van een trommelvliesperforatie

  1. De frequentste oorzaak van een  trommelvliesperforatie is één of meerdere acute oorontstekin­gen. Dat kan in uw jeugd zijn geweest, maar ook op oudere leeftijd (zeldzamer).
  2. Daarnaast is een onge­luk met het trom­melvlies ook mogelijk. Direct inwerkend geweld (bij­voor­beeld met een breipen of haar­speld­je) of indirect ge­weld door luchtdrukverplaatsing in de ge­hoorgang, die een uitweg vin­dt door het trommelvlies. Voorbeelden zijn: een klap op het oor met de vlakke hand, een drukgolf bij een explosie, een zoen op het oor, etc.).
  3. Als gevolg van een niet spontaan sluitend trommelvlies nadat een trommelvliesbuisje is uitgesto­ten.

Een KNO-arts zal altijd beoordelen of de perforatie werd veroorzaakt door een chronische midden­oor­ontsteking (bij­voorbeeld op basis van cholesteatoom). Het ziektebeeld van een chronische middenoor­ont­ste­king duurt lan­ger dan 6 weken en gaat gepaard met een niet behandelbaar loopoor (aanhou­den­de vochtafscheiding). Bij dit ziek­te­beeld is het niet mo­gelijk om op eenvoudige wijze de perforatie te sluiten. Bij u bestaat dit ziekte­beeld zeker niet.

Klachten van een trommelvliesperforatie

  • gehoorvermindering

Wanneer het trommelvlies de geluidstrillingen niet meer optimaal kan opvangen, wordt dit ervaren als gehoorvermin­dering. Hoe groter de perforatie, hoe meer gehoorverlies. Ook de plaats van de per­fo­ratie beïnvloedt de ernst van het gehoorverlies.

  • middenoorontsteking

Daarnaast kan er via de perforatie (vervuild) water in het middenoor komen. Dit kan het middenoorslijm­vlies doen ont­steken: middenoorontsteking. Dit zal weinig pijn opleveren, omdat de pus ge­makke­lijk kan wegstromen, maar wel een loopoor veroorzaken. Er komt dan pus uit de gehoorgang lopen.

Wanneer is een trommelvliessluiting mogelijk?

Als blijkt dat een trommelvliesperforatie niet spontaan sluit, kan worden besloten een perforatie met een opera­tie te sluiten. Een trommelvliesperforatie wordt pas met een operatie gesloten, als:

  • een perforatie die net is ontstaan, niet meer spontaan zal sluiten. Er zal tenminste 6 we­ken wor­den afge­wacht. Zeker als de oor­zaak van de perforatie een ongeluk is.
  • een trommelvliesperfora­tie heeft bewezen 3 maanden droog te kunnen blijven. Het sluiten van de perforatie bij ont­stoken middenoorslijmvlies (en dus een loopoor) geeft een veel kleinere kans op succes. Een trom­mel­vliesperforatie waar altijd vocht uit­komt, moet helemaal niet ge­slo­ten worden.

Daarnaast blijkt het om meerdere redenen verstandig een trommelvliesperforatie niet te sluiten voor het 15e levens­jaar, opdat de kans op succes van de operatie groter is. Deze redenen zijn:

  • door uitgroei van de schedel zal de buis van Eustachius ook ruimer zijn en het verloop vertikaler, waarmee de kans op langdurige slechte beluchting van het middenoor kleiner wordt. Een trommelvlies blijft alleen intact als de beluchting van het middenoor gegarandeerd is;
  • vanaf het begin van de puberteit is de kans op bovenste luchtweginfecties aanzienlijk minder, zo­dat het mid­den­oorslijmvlies via de buis van Eustachius ook minder snel ontstoken kan raken;
  • het is voor de KNO-arts technisch eenvoudiger bij een uitgegroeid (groter) oor te opereren, dan bij een re­latief klein kinderoor.

De voorbereidingen direct na het polibezoek

Als de KNO-arts de indicatie voor een operatie samen met u heeft gesteld, maakt de polikliniekmedewerker een combinatieafspraak voor het Patiënten Service Bureau (PSB – route 25) en de anesthesioloog (route 32). U wordt gevraagd om voor u naar huis gaat een (digitale) vragenlijst voor de anesthesioloog in te vullen. U komt daarna op de afgesproken dag terug voor het gesprek met een verpleegkundige van het Patiënten Service Bureau en de anesthesioloog. Op deze manier worden alle benodigde gegevens die van belang zijn voor de operatie verzameld.

Aan de hand van een vragenlijst en lichamelijk onderzoek beoordeelt de anesthesioloog of er veilig een narcose kan worden ondergaan. Mogelijk is aanvullend onderzoek (bloedonderzoek, röntgenfoto van de borstkas, elektrocardiogram (hartfilmpje) of longfunctietest) nodig. Eventuele vragen over de narcose en medicijnen kunt u aan de anesthesioloog stellen.

Wanneer de anesthesioloog heeft beoordeeld dat de narcose veilig kan worden ondergaan, zal het Patiënten Service Bureau contact met u opnemen om een operatiedatum af te spreken.

Belangrijk bij een trommelvliessluiting

  • Uiteraard stopt u ten minste één dag voor de operatie met roken. Niet alleen is de invloed van roken op de narcose nadelig, maar ook zeker op de stem­banden. Hoesten door roken is daarbij, m.n. na de operatie, erg schadelijk.
  • Tien dagen voorafgaande aan de operatie mag u geen ASPIRINE-bevattende medicijnen (Aspro®, Sinaspril®, Ascal®, APC®) en bloedverdunners, zoals acenocoumarol (Sintrom®) en fenprocoumon (Marcoumar®) gebruiken, omdat deze middelen de bloedstolling beïnvloeden.
  • Voor dabigatran (Pradaxa®), rivaroxaban (Xarelto®) gelden andere regels en dient u het gebruik te melden aan de anesthesioloog.
  • Op de dag van de operatie dient u nuchter te zijn. Dit betekent dat u de instructie uit de informatiefolder van de Dagkliniek strikt opvolgt.

Ziekenhuisverblijf voor de operatie

Wat neemt u mee

Naast nachtgoed, kamerjas en pantoffels, neemt u uw medicijnen en afspraakkaart mee.
Laat kostbaarheden, zoals sieraden en (veel) geld thuis!

Melden

U meldt zich, op de door de opname-afdeling afgesproken tijd, op de Dagkliniek (2 West; 2e verdieping).

Verpleegkundige opname

Een verpleegkundige maakt u wegwijs op de afdeling, wijst u een bed, heeft nog enkele vragen, doet eenvou­dig on­der­zoek en con­troleert of u nuchter bent. U krijgt een naambandje voor om uw pols en een operatiejasje om aan te trek­ken.

Medicijnen

Gebruikt u medicijnen, dan geeft u deze op de afdeling af (voldoende voor de duur van de op­na­me).

De operatie

Trommelvliessluiting bij een trommelvliesperforatie

1: perforatie (±3 mm)

U wordt vlak voor de operatie van de afdeling naar de voorbereidingskamer bij de operatie­ka­mer gebracht. Hier krijgt u een infuus en een zetpil tegen de pijn (die na de operatie kan ont­staan). Door het in­fuus wordt u on­der alge­he­le narcose ge­bracht.

De operatie begint met het “win­nen” van een stukje kraakbeen uit het zogenaamde oorklepje (vlak voor de in­gang van de gehoorgang). Het vlies dat om dit kraakbeen zit (kraakbeen­vlies) zal gebruikt worden om de perforatie (het gaatje) te sluiten. Het wondje (± 1 cm lang) wordt geslo­ten met 1 of 2 hech­tin­gen. Indien de gehoorgang ruim genoeg is, wordt – bijvoorbeeld door een oor­trechter – het trom­mel­vlies ver­groot zichtbaar ge­maakt (plaatje 1 en 2) met een microscoop.

Is de ge­hoor­­gang te nauw, dan wordt aan de bovenzijde van de gehoorgang een verwijdende snede in de huid ge­maakt. Bij ver­den­king op een beschadiging van de gehoorbeentjes kan nu in het mid­den­oor gekeken worden (mid­denoorinspectie).

De rand van de perforatie wordt vervolgens verwijderd (plaatje 3), zodat een verse wond­rand ontstaat. De perforatie wordt hierdoor iets groter (±4 mm). Het mid­den­oor wordt met zetmeelsponsjes opgevuld (plaatje 4), dat als een matrasje moet dienen voor het (lichaamseigen) kraak­beenvlies. Dit kraak­been­vlies (±9 mm) wordt onder de perfora­tierand geschoven (plaatje 5), zodat de perfora­tie hiermee volle­dig is afgesloten (de verse wondrand zal de ko­men­de weken in het kraakbeenvlies groei­en).

Op het trom­melvlies worden vervolgens ook zetmeelsponsjes gelegd om een goede afschei­ding te heb­ben met de zalftampon (zalf op een gevlochten gaasje), die in de gehoorgang wordt aange­bracht. Eventueel wordt de verwijden­de snede gehecht. Tenslotte komt er een klein los gaasje op de zalftampon (wondverband) en wordt er een gro­te witte pleister op het geopereerde oor aangebracht.

Trommelvliessluiting

2                                             3                                           4                                             5

De operatie duurt 30-60 minuten; afhankelijk van de moeilijkheid van de operatie. Als u na de operatie weer goed wak­ker bent, wordt u van de uit­slaapkamer naar de afdeling gebracht.

Verloop ziekenhuisverblijf na de trommelvliessluiting

Bedrust

Op de operatiedag heeft u tot 3 uur na de operatie bedrust. Onder begeleiding kunt u naar het toilet.

Oorpijn

Ter bestrijding van (meestal geringe) oorpijn kunt u om paracetamol vragen (tot 6 maal per dag).

De oorpijn wordt verklaard door de wond die tijdens de operatie is gemaakt en duurt meestal niet langer dan twee da­gen. Met name kauwen kan de eerste dagen gevoelig zijn, doordat het kaakgewricht aan de gehoorgang grenst. Is er sprake van toenemende oorpijn, welke niet reageert op pijnstilling, neem dan con­tact op met de KNO-arts.

Geluiden in het oor

Een oortampon met vocht erin (bloed en wondvocht) kan veel lawaai in het oor maken. Dat is normaal. Met name be­we­gingen van de onderkaak geven veel geluid door de nauwe relatie van het kaak­gewricht met de gehoorgang.

Pijnlijke keel

Doordat u tijdens de operatie een beademingspijpje in de luchtpijp heeft gehad, kan de keel de eerste dagen na de ope­ratie pijnlijk aanvoelen. Pijnstilling is zelden nodig. Door vaak kleine slokjes te drinken kunt u dit probleem oplossen.

Verkoudheid

Verkoudheid in de genezingsperiode is erg vervelend. Dit vormt ook het grootste risico op mislukken van de operatie. Gebruik in de eerste 6 weken na de operatie bij een verkoudheid altijd 1 week xylomethazo­line 0,1 % (driemaal daags 2 puffen beiderzijds). Dit kunt u zonder recept bij apotheek of drogist kopen.

Als u niest, doe dat dan met de mond open, zodat er geen druk kan ontstaan op het pas geope­reerde trom­mel­vlies.

Klaren

Pers de eerste 6 weken nooit lucht naar de oren (‘klaren’). De lucht kan – met name als u uw neus daar­bij dichtknijpt – via de buis van Eustachius het pas geopereerde trommelvlies beschadigen met een per­fo­ratie als gevolg. Na 6 weken moet het gerepareerde trommelvlies sterk genoeg zijn om weer voor­zich­tig klaren te kunnen doorstaan.

Roken

U rookt niet gedurende het verblijf in het ziekenhuis en verblijft niet in een ruimte waar wordt ge­rookt. Bovendien verhoogd roken het risico op hoesten met hetzelfde risico als beschreven bij ´klaren´.

Ontslag

In de loop van de operatiedag kan u meestal naar huis (afhankelijk van het operatietijdstip: ergens tussen 14.00 – 19.00 uur), mits u goed wakker bent, heeft geplast en heeft gedronken. Wij adviseren niet al­léén naar huis te gaan. De oor­pleis­ter blijft zitten.

Nazorg

Alle van de onder het kopje “Verloop van het ziekenhuisverblijf na de operatie” vermelde zaken gelden ook voor de la­te­re “nazorg”.

Snuiten

U snuit uw neus tot 6 weken na de operatie niet, maar wel voorzichtig ophalen. Een te groot en te snel opge­bouwd druk­ver­schil tussen voor en achter het pas gerepareerde trommelvlies kan het trom­mel­vlies opnieuw doen stuk­­ gaan, omdat het middenoor via de buis van Eustachius in verbinding staat.

Bloed

Het oor kan na de operatie nog een beetje bloeden; dit gaat altijd binnen een paar dagen vanzelf over. Vertrouwt u de duur en/of de hoeveelheid van de bloeding niet, neem dan contact op met de recep­tio­nist(e) van het zie­kenhuis, die u zal doorverwijzen (tel. 020-6 346 212).

Oorpleister

De oorpleister kan soms wat rood verkleuren door bloed. Als er bloed langs deze pleister lekt, waarschuwt u de KNO-arts. Als de pleister loslaat, kan u deze verwijderen. Er kan dan ook nog een los gaasje uit het oor vallen. Blijf daarna helemaal oppassen met water!

De pleister is ook bedoeld om u er aan te helpen herinneren, dat u geopereerd bent aan het oor, omdat u dat na een paar dagen dreigt te vergeten. Door de oorpleister denkt u er ook aan niet op dit oor te gaan liggen.

Oordruppels

Nadat de tampon bij de eerste controle wordt verwijderd, krijgt u eventueel gedurende 10 dagen oordruppels (drie­maal daags 2 druppels) voorgeschreven. Hiermee lossen de zetmeelsponsjes sneller op en werken pre­ventief tegen ontsteken in de eerste kwetsbare week na het verwijderen van de oortampon.

Oorklepje

Na verwijdering van het stukje kraakbeen (±8×8 mm) neemt de stevigheid van het oorklepje iets af. De vorm blijft vrij­wel behouden. Het gevoel kan iets anders worden of zelfs verdwijnen.

Geopereerde oor droog houden

Laat de eerste 6 weken uw geopereerde oor niet nat worden. Dat betekent dat (haar)wassen en douchen (maar ook saunabezoek) zeer voorzichtig moet gebeuren. Laat u bij het haren wassen helpen door iemand en/of ge­bruik bij­voorbeeld een (plastic)bekertje over uw oor tijdens het douchen. Drie we­ken na de operatie kunt u even­tueel een zogenaamde zwemdop laten aanmeten bij een audicien (hoor­apparatenwinkel), die u tijdens het douchen en bad­deren tijdelijk kunt gebruiken.

Loopoor

Mocht u in de genezingsperiode een loopoor krijgen, neem dan direct contact op met de KNO-polikliniek (telefoon 6346212). U maakt dan een eerdere afspraak. Hoewel een loopoor betekent dat het middenoor ont­stoken is en het trommelvlies wederom een perforatie bevat, kan een snelle be­han­deling soms betekenen dat de ontsteking snel over gaat, waarna de perforatie zich als nog spontaan kan slui­ten. Omdat watercontact met het ge­opereerde oor meestal de oorzaak is van een loopoor, is wa­terpre­ven­tie in de eerste 6 weken na de operatie uiter­mate belangrijk.

Werken

Meestal is werken (of naar school gaan) na drie dagen weer mogelijk. Voelt u zich eerder in staat om te werken, dan ad­vi­seren wij u kalm aan het werk te hervatten.

Gehoor

Het gehoor zal na het verwijderen van de oortampon niet direct optimaal zijn. Op het trommelvlies liggen de zet­meel­sponsjes die nog moeten oplossen. Na gebruik van de oordruppels zal het gehoor langzaam steeds beter worden. Uiteraard moet het oor dan niet (opnieuw) gaan ontsteken. Maximale gehoorverbe­te­ring zal pas na mini­maal 6 maan­den be­reikt zijn.

Sporten

Vermijd sporten tot 6 weken na de operatie.

Vliegen

Na de operatie vliegt u 6 weken beter niet. Dit is nodig om het gerepareerde trommelvlies de kans te ge­ven maximaal te genezen. De drukverschillen tijdens het vliegen kunnen het trommelvlies namelijk te veel onder spanning zetten, waardoor het weer kan perforeren.

Watercontact

De KNO-arts zal u vertellen wan­neer er weer vrijuit water in het geopereerde oor mag komen. Dat is meestal niet eer­der dan 6 weken na de opera­tie.

Kans op succes trommelvliessluiting

De kans op succes van de operatie hangt af van:

  • het gemak en snelheid waarmee de operatie verloopt,
  • de grootte van de perforatie,
  • de plaats van de perforatie,
  • de aanwezigheid van veel kalk (slechtere hechting kraakbeenvlies) in het trommelvlies,
  • het feit of het de eerste operatie van het trommelvlies is of niet,
  • het ziektevrij (met name verkoudheidvrij) blijven in de genezingsperiode,
  • of het lukt het oor goed droog te houden, zodat geen ontsteking ontstaat.

De succeskans bij een routinematige eerste operatie aan het trommelvlies met een kleine perforatie (±3 mm) is 90%. Een tweede operatie of een operatie van een grotere perforatie heeft een succes­kans van 50-70%.

Controle

Na ontslag uit het ziekenhuis wordt u in de eerste week na de operatie ter controle op de polikliniek van de KNO-arts terugverwacht. De verpleegkundige maakt deze afspraak voor u. Bij deze eerste controle worden de hechtingen en de zalftampon verwijderd.

Het aan­tal verdere controle-afspraken, is afhankelijk van de wondgenezing. Er zal zeker een afspraak gemaakt wor­den on­geveer 6 weken na de operatie. Na ongeveer 6 maanden wordt nog eens een gehoortest gemaakt.

Gecompliceerd beloop trommelvliessluiting

Ontslag later

Het komt zelden voor dat pas na de operatie besloten wordt om een nachtje te blijven, maar het is niet uitgesloten. Dit hangt af van eventuele complicaties, een te grote bloeding of onwel bevinden.

Uitzakken oortampon

Als de oorpleister niet gedurende een week blijft zitten en het gaasje uit de gehoorgang valt. Knip het dan bij de in­gang van de gehoorgang af en laat de rest zitten.

Duizeligheid

Vlak bij het trommelvlies zit het evenwichtsorgaan. Dit betekent dat prikkeling van het oor ook prikkeling van het even­wichtsorgaan kan geven. Prikkeling van het evenwichtsorgaan geeft duizeligheid. De prik­ke­ling gaat altijd vanzelf weer over, zodat ook de duizeligheid vanzelf weer over gaat. Medicijnen tegen de duizeligheid zijn nooit nodig.

(Rest)perforatie

Zelfs bij een volledig normaal verloop van de operatie en genezingsperiode, kan het middenoor soms toch geen geslo­ten trommelvlies verdragen. Kennelijk is de functie van de buis van Eustachius dan (toch) niet voldoende en is een per­foratie in het trommelvlies de enige goede beluchtingsmogelijkheid van het middenoor. Vaak is de restperforatie dan wel veel kleiner. Hierdoor kan er wel ge­hoor­winst zijn, maar is het gevaar op een ontsteking (na contact met water via de gehoorgang) weer aanwezig.

Jammer genoeg kan voor de operatie de functie van de buis van Eustachius niet worden getest, zodat een betere in­schatting voor de operatie zou kunnen worden gemaakt van het succespercentage.

Een perforatie om deze reden kan niet als een complicatie worden gezien: de natuur staat een gesloten trommelvlies niet toe. Het is alleen jammer dat we daar dan pas na de operatie achterkomen.

Complicaties trommelvliessluiting

Er is sprake van een complicatie (doofheid, aangezichtsverlamming, beschadiging smaakzenuw, ontsteking) als er iets fout gaat bij de operatie of in de genezingsperiode. De kans op een complicatie is kleiner dan 1% bij deze operatie. Jammer genoeg is dat natuurlijk altijd mogelijk, hoewel u en de KNO-arts er alles aan zullen doen om fouten te ver­mijden.