Neusamandel verwijderen en trommelvliesbuisjes plaatsen

Inleiding

Oor - schematischDeze folder geeft informatie over trommelvliesbuisjes en het verwijderen van de neusamandel bij kinderen. De keel-, neus- en oorarts (KNO-arts) heeft in overleg met u besloten dat trommelvliesbuisjes nodig heeft en de neusamandel wordt verwijderd.

Het middenoor hoort een luchthoudende holte te zijn. Deze lucht komt daar door de buis van Eus­ta­chius (de verbinding tussen middenoor en neus-keelholte).

De buis van Eustachius

Neusamandel / adenoid - schema - Trommelvliesbuisjes

1: ingang buis van Eustachius, 2: neusamandel, 3: huig.

Voor een optimaal functioneren van het gehoor moeten alle onderdelen (uitwendig oor, middenoor, binnenoor) goed wer­ken.

De klachten, die buisjes noodzakelijk maken, vinden een oorsprong in het middenoor. Voor een optimaal functione­ren moet het middenoor luchthoudend zijn en het trommelvlies fraai gespannen staan.

Door o.a. ontstekingen in de neus-keelholte en/of neusbijholten, allergie en een nauwe doorgankelijkheid, kan de buis van Eustachius niet optimaal werken, zodat de beluchting van het middenoor tekort kan schieten. Er ontstaat onderdruk in het mid­den­oor en dit zuigt vocht uit het slijm­vlies van het middenoor, dat dan vervolgens niet meer kan wegvloeien via de buis van Eustachius.

Trommelvliesbuisjes

Alleen éénmalig doorprikken van het trommelvlies en wegzuigen van het vocht uit het middenoor, is niet voldoende. Binnen enkele dagen zal het trommel­vlies weer dichtgroeien en zal het vocht terugko­men. Met een trommelvliesbuisje wordt het middenoor blijvend belucht en kan het slijmvlies van het middenoor en de buis van Eusta­chius gene­zen.

Lucifer met buisje - (In folder Trommelvliesbuisjes)Een buisje voorkomt dus het dichtgroeien van het trommelvlies na door­prikken. In principe krijgen beide oren een buisje. Een trom­mel­vliesbuisje is gemaakt van kunststof.
Een buisje wordt door het trommelvlies na 3-18 maanden (gemiddeld 9 maanden) vanzelf naar de gehoorgang toe uitge­stoten, waarna het trommelvlies vanzelf dichtgroeit. De verblijfsduur hangt af van het type buisje en de leeftijd van de pa­tiënt. Hoe ouder, hoe langzamer het trommelvlies zich vernieuwt. Uiteindelijk groeit nagenoeg ieder buisje weer het trommelvlies uit naar de gehoorgang toe. Het blijft dan meestal in de ge­­hoor­gang geplakt zitten, maar functioneert dan niet meer.

Redenen om buisjes te plaatsen

  1. Langdurige vocht(slijm)ophoping in het middenoor door een onvoldoende functie van de buis van Eustachius. Dit veroorzaakt slechthorendheid (men hoort alsof men onder water zwemt) en een drukkend gevoel in de oren.
  2. Steeds weer optredende middenoorontstekingen.
  3. Vele perioden van oorpijn.
  4. Sterk ingetrokken trommelvlies met slechthorendheid en dreigende blijvende trommelvliesbeschadiging.

Als deze klachten langere tijd bestaan, zijn trommelvliesbuisjes over het algemeen zinvol. De KNO-arts zal bij kinderen m.n. letten op een dreigende spraaktaalachterstand en ongewenste gedragsverandering.

Naast voordelen hebben buisjes ook nadelen (lees verder). Samen met uw KNO-arts maakt u een afweging tussen deze voor- en nadelen. Pas als de voordelen zwaar­der wegen dan de nadelen wordt tot de ingreep besloten.

Redenen om de neusamandel te verwijderen

  • voortdurende verkoudheid, doordat ziekteverwekkers niet kunnen worden afgevoerd
  • open-mondademhaling en neusverstopping door ophoping van snot in de neus
  • onrustig, slecht slapen (snurken)
  • slechthorendheid en oorpijn

De voorbereidingen direct na het polibezoek

Nadat u bij de KNO-arts bent geweest, gaat u meteen twee afspraken maken bij de assistente van de KNO-arts:

  • een afspraak voor de operatie,
  • een afspraak voor nacontrole.

Daarna gaat u naar de polikliniek anesthesie (POS, route 32) om een afspraak te maken.

Op de dag van de afspraak bij de POS gaat u aansluitend naar het Dagcentrum (2 West) voor de voorlichting.

Deze afspraken krijgt u op een afsprakenblad mee.

Preoperatief spreekuur (POS)

Tijdens dit spreekuur wordt uw kind door de anesthesist gezien en kunt u – zo nodig – vragen stellen. Aansluitend krijgen u en uw kind uitleg van een kinderverpleegkundige (Ellen en Petra) over alle zaken rondom de operatie. U hebt op het dagcentrum ook nog de gelegenheid om vragen te stellen.
De WGBO (zie ook de laatste tekst op deze pagina) wordt uitgelegd.

De voorbereiding voor de operatie

Neem als tijdstip voor de operatie het tijdstip dat op het afspraakkaartje is vermeld, tenzij het u expliciet anders is meegedeeld.
Tien dagen vóór tot en met tien dagen na de operatie mogen géén aspirineachtige geneesmiddelen (Aspro, APC, Saridon en dergelijke) worden gebruikt. In aspirine zit een stof, die ‘bloed verdunnend’ werkt en dat zou eerder tot een bloeding kunnen leiden. Paracetamol mag wel.

De volgende regels gelden ten aanzien van eten en drinken vóór de operatie: géén eten en drinken meer zodra uw kind naar bed is gegaan. Indien uw baby nog borstvoeding krijgt, mag dat nog tot 4 uur voor de operatie gegeven worden;  ’s nachts om 2.00 uur de laatste fles mag. Daarna mag helder vloeibaar blijven drinken tot 2 uur voordat geopereerd wordt. Heldere suikerhoudende dranken, zoals appelsap, limonade, thee met suiker en sportdranken zijn toegestaan. Wij ontraden melkproducten drinken vanwege slijmvorming. Tandenpoetsen is toegestaan.
Trek makkelijk zittende kleding aan, die vies mag worden. Neem ook schone kleding mee. Wij adviseren u lange haren samen te binden. U kunt een knuffel of speeltje meenemen.

Ongeveer 1 uur voor de ingreep geeft u de pijnstiller die u op het Dagcentrum heeft meegekregen.
Heeft uw kind op de dag van de operatie koorts (>38.5 graden), dan dient u om 8.00 uur contact op te nemen met het Dagcentrum. Ook bij (het vermoeden van) een kinderziekte dient u dit te melden aan het Dagcentrum.
Er mogen twee volwassenen aanwezig zijn na de ingreep. Er mogen geen andere kinderen aanwezig zijn na de ingreep in verband met de mogelijke onrust die dat met zich meebrengt.

De behandeling

De kinderen worden om de beurt met één ouder of begeleider naar de operatiekamer gebracht. Daar zijn enkele operatiekamer-verpleegkundigen, de anesthesist en de KNO-arts. Een zwangere moeder kan beter niet mee in de operatie­kamer vanwege het narcosegas.

Uw zoon of dochter neemt zittend of liggend plaats op de operatietafel waar u tegenover plaatsneemt of u neemt uw zoon of dochter op schoot. Met een kapje over de neus en de mond wordt het narcosegas ingeademd. Na ongeveer twee minuten valt uw kind in “slaap”.
Tijdens het in slaap vallen kunnen onverwachte bewegingen worden gemaakt en een snurkende ademhaling. Ook kunnen de ogen open blijven staan terwijl uw kind al niets meer merkt. Dit is normaal, u hoeft zich hierover geen zorgen te maken. Narcose is nu eenmaal niet helemaal hetzelfde als slapen.
Als uw kind onder narcose is, wordt u teruggebracht naar de wachtruimte. Aansluitend begint de KNO-arts met de operatie.

Na de behandeling

Zodra uw zoon of dochter is geholpen en wakker aan het worden is, wordt hij/zij naar de verpleegzaal op het Dagcentrum gebracht. Op het moment wordt u direct door de kinderverpleegkundige opgehaald. Vanaf dat moment mogen beide ouders steeds bij zoon of dochter blijven. Afwisseling van bezoek is – door de korte opnameduur – niet mogelijk.

Het is belangrijk dat er goed wordt gedronken na de operatie ook al is dit pijnlijk. Het kan zijn dat er wat bloed verlies is uit de mond en de neus. Schrik hier niet van. Dit is een normaal verschijnsel na deze operatie.

Hoe de kinderen deze ingreep ervaren is afhankelijk van hun karakter, leeftijd, ervaring, voorbereiding e.d..
Door in te gaan op zijn/ haar vragen en speluitingen kunt u helpen deze ingreep te verwerken. Het kan voorkomen dat het snel geïrriteerd raakt of ’s nachts onrustig slaapt, weer gaat bedplassen of meer aandacht vraagt. U kunt het beste helpen door hier begrip voor te tonen.

Aangezien er na de operatie niet mag worden gegeten, verzoeken wij ook u om dit tijdens de opname op zaal niet te doen.

Bij het ontslag (rond 11.30 uur) krijgt u van de kinderverpleegkundige een formulier met mogelijke problemen (complicaties), adviezen en leefregels mee.

Twee dagen na de operatie kan uw zoon of dochter weer naar buiten en naar school/crêche.

Nazorg thuis

U kunt de informatie van de nazorg-brochures (neusamandel en buisjes) die u op de afdeling krijgt (vast) nalezen.

Na de ingreep ontstaat soms een loopoor (= pus-uitvloed uit een oor). Dit is o.a. de inhoud van het middenoor, dat afvloeit. Wanneer na 5 da­gen een oor nog loopt, moet er 3x daags 2 antibioticum-oordruppels in het aangedane oor gedrup­peld worden gedurende 10 dagen.

Het recept voor dit medicijn kunt u binnen kantooruren via de KNO-arts (020-6 346 212) krijgen. Deze druppels mogen, in tegenstelling tot wat op de bijsluiter vermeld staat, wel in het oor gedruppeld worden. Maak het oor steeds schoon aan de buitenkant alvorens te druppelen.
Gedurende de behandeling met oordruppels is zwemmen niet verstandig en moet bij overig watercontact met name de uitleg onder ‘In bad/douchen’ goed worden nagevolgd.

Controle

De eerste controle vindt ongeveer 6-15 dagen na de ingreep plaats. De afspraak kunt u op de polikliniek KNO maken vlak voor u naar huis gaat of u kunt er (de volgende dag) voor bellen (tel. 020-6 346 212). De vervolgcontroles zijn daarna om de 6 maanden.

Problemen bij trommelvliesbuisjes

Loopoor enige tijd na de ingreep

Als het oor gaat lopen, bestaat er een ontsteking van het middenoor. De pus kan dan gemakkelijk uit het mid­denoor weglopen via het buisje, zodat er geen koorts of pijn zal optreden. Wanneer dit loopoor langer aanhoudt dan 5 dagen, neem dan binnen kantoortijden contact op met uw KNO-arts voor afdoende behandeling (020-6 346 212).

Deze behandeling bestaat mees­tal uit antibioticum-oordrup­pels.
BIJ EEN LOOPOOR: NOOIT ZWEMMEN. Volg bij overig watercontact goed de uitleg onder ‘In bad/douchen’.

Zwemmen

Na het plaatsen van buisjes is tot de eerste controle zwemmen niet verstandig. Meestal geeft zwemmen daarna geen problemen. U kunt beter stoppen met zwemmen, wanneer er toch steeds looporen ontstaan en/of  als er steeds oorpijn is tijdens het zwemmen. Als tussenoplossing kunt u het volgende nog proberen:

  • alleen zwemmen met het hoofd boven water (informeer de badmeester daarover),
  • en/of zwemmen met watjes in de oren, vetgemaakt met zuurvrije vaseline (eventueel zelfs met een badmuts op),
  • en/of uit voorzorg druppelen met 2 antibioticum-oordruppels in beide oren na het zwemmen,
  • alleen nog zwemmen met oordoppen (zwemdoppen).

Oordoppen

Er zijn twee soorten oordoppen:

  • Goedkope

Deze zijn bij apotheek of drogist te koop. Zij hebben, afgezien van de prijs, iets meer bezwaren (geven sneller lekka­ge, vallen gemakkelijker uit), dan dure oordoppen.

  • Dure

Deze moeten op maat in een hoorapparatenwinkel (audicien) worden gemaakt (uw verzekering vergoedt de kosten niet). Omdat de oren nog groeien, zijn regelmatig nieuwe doppen nodig. Met deze oordoppen maakt u uw kind wel weer slecht­horend, juist als het tijdens de zwemles goed moet kunnen horen om de instructies te kun­nen volgen.

Wij adviseren daarom alleen oordoppen te gebruiken bij: meer dan 4 maal per jaar een loopoor na zwemmen.

In bad/douchen

Zorg ervoor dat er geen zeepwater in de oren komt. Zeep verlaagt namelijk de oppervlaktespanning van water, waardoor dit gemakkelijker via het buisje het middenoor inloopt. Om dit te voorkomen kunt u watjes in de oren doen, vet gemaakt met zuurvrije vaseline. U kunt natuurlijk ook oordoppen gebruiken voor dit doel.

Loopoor na de eerste controle

Wanneer er 3-5 dagen een vieze uitvloed uit een oor bestaat (loopoor), neem dan binnen kantoortijden contact op met uw KNO-arts (tel. 020-6 346 212). Deze schrijft meestal 3x daags 2 antibioticum-oordruppels voor gedurende 10 dagen.

Deze druppels mogen, in tegenstelling tot wat op de bijsluiter vermeld staat, wel in het oor gedruppeld worden. Maak het oor steeds schoon aan de buitenkant alvorens te druppelen.
Gedurende de behandeling met oordruppels kan er niet gezwommen worden en moet bij overig watercontact vooral de uitleg onder ‘In bad/douchen’ goed worden nagevolgd.

Steeds maar optreden van looporen

Tijdens de aanwezigheid van een buisje in het trommelvlies kan er ook een middenoorontsteking ontstaan door infecties van binnenuit (verkoudheid) en van buitenaf (met name zwemwater). De klachten bij zo een ontsteking zijn echter veel min­der hevig dan bij een intact trom­melvlies. Bovendien is de behandeling eenvoudiger. Met de KNO-arts bespreekt u de mogelijkheden van behande­ling: steeds weer antibioticum-oordruppels geven en/of de maatregelen nemen, zoals hier boven beschreven.

Opnieuw plaatsen

Of buisjes meerdere malen nodig zijn, hangt af van:

  • de mate van ruimer worden (uitgroei) van de buis van Eustachius tijdens de groei;
  • de neiging tot bovenste luchtwegin­fecties en allergie;
  • de genezingstendens van het middenoor en het trommelvlies en
  • de leeftijd van uw kind.

Bij kinderen ouder dan 10 jaar zijn de middenoren meestal uitgegroeid en func­tioneert de buis van Eustachius (weer) voldoende. Bij jongere kinderen bestaat er na iedere ingreep een kans van 50% dat er een volgende plaatsing nodig is.

Eén buisje

Buisjes worden meestal niet gelijktijdig uitgestoten. Soms kan herplaatsing nodig zijn voor één oor, terwijl het buisje in het andere oor nog goed functioneert. Er moet dan een nieuwe afweging gemaakt worden tussen:

  • één buisje herplaatsen met het risico om op korte termijn ook het andere buisje opnieuw te moeten herplaatsen;
  • een tijdelijke slechthorendheid van één oor (éénorigheid), zodat beter rekening moet worden gehouden met de kant waarvandaan het geluid voornamelijk komt.

Meestal wordt besloten even af te wachten.

Vliegreizen

Met trommelvliesbuisjes in de trommelvliezen kan er geen onder- of overdruk meer ontstaan in de middenoren, zodat oorpijn niet meer zal optreden tijdens vliegen. Voorzorgsmaatregelen zijn niet nodig.

Complicaties bij buisjes

Complicaties komen zelden voor. Toch is het belangrijk hier wel iets over te zeggen.

Schade door buisjes

Trommelvliesbuisjes zijn bedoeld om schade te voorkomen, zoals b.v.

  • het voorkomen van een spraak-taalachterstand,
  • het voorkomen van beschadiging van middenoorstructuren door vele ontstekingen en
  • het voorkomen van een trommel­vliesverzwakking.

Na het uitstoten van een buisje in de richting van de gehoorgang sluit het trommelvlies zich en blijft een klein litteken achter. Dit veroorzaakt echter geen gehoorvermindering of zwakke plek.

In een enkel geval sluit het trommelvlies na het uitstoten van het buisje niet spontaan.

Gat in het trommelvlies

Sommige soorten buisjes laten vaker gaatjes (perforaties) in trommelvliezen achter. Wij gebrui­ken nu buisjes waarbij de kans op een gat in het trommelvlies na uitstoten kleiner is dan 1%. Mocht dit toch ge­beuren dan zal er een klein gehoorverlies optreden. Operatief valt dit gaatje wel weer te sluiten, maar dat gebeurt pas meestal pas na de 14e verjaardag.

Buisje achter het trommelvlies

Zeer zelden gebeurt het dat een buisje verstopt raakt en naar binnen wordt gezogen of getrokken. Het trommelvlies kan dan weer dichtgroeien, waarna het buisje achter het trommelvlies zit. Dit geeft meestal geen gehoorverlies. Het is echter meestal wel verstandig dit buisje te verwijderen. Dit gaat meestal erg eenvoudig. U kunt het qua belasting vergelijken met het plaatsen van een buisje.

Verstopt raken buisje

Door een ontsteking kan opgedroogd pus het buisje verstoppen. Er ontstaat een plugje in het buisje. Door gedurende 10 dagen driemaal daags antibioticum-oordruppels te gebruiken, kunt u het verstoppende plugje losweken. Een recept krijgt u van de KNO-arts. Soms kan de KNO-arts het plugje er voorzichtig uitzuigen.

Niet uitstoten

Bij uitzondering blijven buisjes soms wel jaren in het trommelvlies zitten. Dat is zelden een probleem. Het verwij­de­ren geeft een risico van een blijvend gat, zodat er meestal voor wordt gekozen de natuur haar werk te laten doen.

Belangrijke telefoonnummers

Mocht u nog vragen hebben voor de opname dan kunt u Het Dagcentrum (7.30 – 17.00) 020-6 346 441 bellen.

U kunt extra voorbereiden door middel van de volgende boekjes verkrijgbaar in boekhandel of bibliotheek:

  • “IJs voor Matthijs” door C. Kliphuis en H. van Vliet (ISBN 90-6249206-1);
  • “Nijntje in het ziekenhuis” (ISBN 90-73991-87-0).

Praat – zo eerlijk mogelijk – over de operatie, maar doe dit niet te lang van tevoren of de dag voor de ingreep. Het “Schaap met buisjes” kan u ook nog helpen.

WGBO (Wet Geneeskundige BehandelingsOvereenkomst)

De wet schrijft voor dat een arts voor een behandeling of een onderzoek de toestemming van de ouders nodig heeft. Daaruit vloeit voort dat ouders recht hebben op alle informatie die nodig is om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen.

Kinderen hebben eveneens recht op informatie, los van het gegeven hoe oud ze zijn. Naar gelang de leeftijd van het kind of naarmate een kind meer heeft meegemaakt, doen ouders en hulpverleners er goed aan ook naar de mening van het kind zelf te luisteren (tekst Vereniging Kind en Ziekenhuis).