Neusamandel verwijderen – kind (> 25 kg)

Inleiding

Deze pagina geeft uitleg over verwijdering van de neusamandel (adenoïd) bij een patiënt zwaarder dan 25 kg in het BovenIJ Ziekenhuis. De meeste vragen zullen er door beantwoord worden. Is dit niet het geval, dan kunt u ons persoonlijk of telefonisch (020-6 346 212) benaderen.

Wat zijn amandelen?

Amandelen zijn lymfeklieren. leder mens heeft twee keelamandelen, één tongamandel en één neusamandel. Amandelen kunnen allerlei door mond en neus bin­nen­komende ziektekiemen (bac­teriën en virussen) bestrijden en heb­ben zodoende, als zij goed functioneren, een nuttige afweerfunctie. Wij onderscheiden:

Neusamandel - schema

1. rechter ingang van de buis van Eustachius 2. neusamandel 3. huig

– Keelamandelen
De keel­amandelen zitten tus­sen het zachte gehemelte en de plooien van de keel, naast de tong achter in de mond.
– Tongamandelen
De tongamandelen zitten achter op de tong en geven zelden klachten.
– Neusamandel
De neusamandel bevindt zich aan de achterkant van de neusholte, de neusamandel is onder normale omstandigheden niet te zien, ook al is hij ontstoken. In de puberteit verdwijnt de neusamandel vrijwel altijd.

Snurken, neusverstopping, chronische verkoudheden, koortsperioden zijn kenmerken van een te grote en eventueel ook ontstoken neusamandel.
Daarnaast kan de neusamandel de buis van Eustachius (zie plaatje) blokkeren en zodoende de functie van de middenoren belemmeren (vocht achter het trommelvlies) waardoor het kind minder hoort.
De chronische ontsteking van de neusamandel kan een onschuldige lymfeklierzwelling links en rechts achter in de nek geven.

Redenen om de neusamandel te verwijderen:

  • voortdurende verkoudheid, doordat ziekte verwekkers niet kunnen worden afgevoerd;
  • open-mondademhaling en neusverstopping door ophoping van snot in de neus en obstructie door de neusamandel;
  • onrustig, slecht slapen (snurken);
  • steeds optredende middenoorontstekingen;
  • slechthorendheid- en oorpijn.

Wanneer de neusamandel verwijderen?

In de puberteit verdwijnt de neusamandel vrijwel geheel. Slechts zelden blijft deze groot en kan weer gaan ontsteken. De reden hiervan is niet bekend. Een grote neusamandel kan o.a. bij volwassenen neusverstopping, chronische verkoud­heid, neusbijholtenontstekingen en soms vermoeidheidsklachten geven. Vanwege de nauwe relatie met de ingang van de buis van Eusta­chius kan een grote neus­amandel ook oorproblemen geven, zoals slechthorendheid en oorpijn.

Als bij een volwassene de neusamandel klachten geeft, kan de KNO-arts voorstellen de ziekmakende neusaman­del eruit te halen.

De voorbereidingen direct na het polibezoek

Als de KNO-arts de indicatie voor een operatie samen met jou heeft gesteld, maakt de polikliniekmedewerker een combinatieafspraak voor het Patiënten Service Bureau (PSB – route 25) en de anesthesioloog (route 32). Je wordt gevraagd om voor je naar huis gaat een (digitale) vragenlijst voor de anesthesioloog in te vullen. Je komt daarna op de afgesproken dag terug voor het gesprek met een verpleegkundige van het Patiënten Service Bureau en de anesthesioloog. Op deze manier worden alle benodigde gegevens die van belang zijn voor de operatie verzameld.

Aan de hand van een vragenlijst en lichamelijk onderzoek beoordeelt de anesthesioloog of er veilig een narcose kan worden ondergaan. Mogelijk is aanvullend onderzoek (bloedonderzoek, röntgenfoto van de borstkas, elektrocardiogram (hartfilmpje) of longfunctietest) nodig. Eventuele vragen over de narcose en medicijnen kun je aan de anesthesioloog stellen.

Wanneer de anesthesioloog heeft beoordeeld dat de narcose veilig kan worden ondergaan, zal het Patiënten Service Bureau contact met je opnemen om een operatiedatum af te spreken.

Belangrijk

  • Uiteraard stop je ten minste één dag voor de operatie met roken. Niet alleen is de invloed van roken op de narcose nadelig, maar ook zeker op de stem­banden. Hoesten door roken is daarbij, m.n. na de operatie, erg schadelijk.
  • Tien dagen voorafgaande aan de operatie mag je geen ASPIRINE-bevattende medicijnen (Aspro®, Sinaspril®, Ascal®, APC®) en bloedverdunners, zoals acenocoumarol (Sintrom®) en fenprocoumon (Marcoumar®) gebruiken, omdat deze middelen de bloedstolling beïnvloeden. Voor dabigatran (Pradaxa®), rivaroxaban (Xarelto®) gelden andere regels en meld je het gebruik aan de anesthesioloog.
  • De volgende regels gelden ten aanzien van eten en drinken vóór de operatie: tot 6 uur voor de operatie mag je gewoon eten en drinken, maar geen vette maaltijden.

Je neemt mee naar het ziekenhuis

  • Nachtkleding, kamerjas en pantoffels
  • Kostbare zaken, zoals sieraden en dergelijke kun je beter thuis laten
  • Bij medicijngebruik moet dat op de kinderverpleegafdeling worden afgeven (voldoende voor de gehele opnameperiode)
  • Het afsprakenkaartje

Ziekenhuisverblijf voor de operatie

Nuchter melden

Meld je, op de door de opname-afdeling afgesproken tijd, nuchter op de kinderafdeling. Nuchter betekent: géén eten en géén drinken meer nadat je de avond ervoor naar bed bent gegaan.
Tot 17 jaar word je opgenomen op de kinderafdeling.

Verpleegkundige opname

Een kinderverpleegkundige maakt je wegwijs op de kinderverpleegafdeling, wijst je een bed, heeft nog enkele vragen, doet eenvou­dig on­der­zoek en con­troleert of je nuchter bent. Je krijgt een naambandje voor om je pols en een operatie­jasje om aan te trek­ken.

Operatie

Je wordt vlak voor de operatie van de kinderverpleegafdeling naar de voorbereidingskamer bij de operatiekamer gebracht. Je krijgt een infuus en een zetpil tegen de pijn die na de operatie kan ontstaan. Met het infuus wordt je onder algehele nar­cose ge­bracht. Een zwangere moeder kan beter niet mee in de operatie­kamer vanwege het narcosegas.
De operatie wordt via de mond uitgevoerd. Er ontstaan dus geen uitwendige littekens. De KNO-arts zal, meestal onder zicht met een kijkbuisje, de neusamandel achter uit de neus wegschrapen. Na 5 minuten wordt vervolgens de wond be­oordeeld om te zien of deze blijft bloeden. Alleen als er geen bloed meer uit de wond komt, wordt je wakker gemaakt.

De operatie duurt ongeveer 10 minuten. Als je na de operatie weer goed wakker bent, wordt je van de uitslaap­kamer naar de kinderverpleegafdeling gebracht. Meestal wordt door de patholoog-anatoom weefselonderzoek gedaan van de verwij­derde neusamandel.

Ziekenhuisverblijf na de operatie

Uitslaapkamer

Direct na de operatie wordt je wakker op de uitslaapkamer, die vlak bij de operatiekamer is. Als je weer goed wakker bent, wordt je van de uitslaapkamer naar de kinderverpleegafdeling gebracht. Daar gaan de controles, zoals pols tellen en lichaams­tempera­tuur meten door. Bij kinderen mag er een ouder aanwezig zijn op de uitslaapkamer.

Ouders

Ouders kunnen vanaf dat moment gedurende de gehele opnameperiode bij hun zoon of dochter blijven.

Bloed

Meestal komt er de eerste 3 uren na de operatie wat vers (helder rood) bloed uit de keel. Ook kan donker bloed worden gebraakt; dit is oud bloed dat tijdens de operatie in de maag terecht is gekomen. De kinderverpleegkundige weet welke hoe­veelheden nog normaal zijn.

Bedrust

Als je zich goed voelt, hoeft hoef je op de operatiedag geen bedrust te houden.

Pijn

Uiteraard heeft heb je na de operatie pijn achterboven in de keel, maar u kan/je kunt ook (uitstralende) pijn in de oren (uw/je oren zitten immers vlak bij de wond) hebben. Veel­vuldig drinken van ijswater (hoe pijnlijk ook) vermindert uiteinde­lijk toch de pijn. De pijn neem binnen een dag snel af. Je mag uiteraard pijnstillers (paracetamolpillen van 500 mg; maximaal zesmaal daags bij volwassenen; bij kinderen n.a.v. het gewicht) gebruiken. Kijk ook eens op onze voorlichtingspagina over pijnstilling na een operatie.

Eten en drinken

Tijdens het ziekenhuisverblijf mag je niet alles eten en drinken.

Je mag de dag van de operatie alleen maar koude dranken (ijswater, appelsap, limonade) drinken en koude vloeibare voe­ding (waterijs, yoghurt, appelmoes en vla) eten. Drink regel­ma­tig kleine slokjes, zodat je de spieren rond de wond ‘in beweging’ houdt. Ook het kauwen van kauwgom geeft deze beweging. Dit houdt de wond achter in de neus schoon en voorkomt een nabloeding. Drink liever ieder kwar­tier een klein slokje dan ieder uur één grote slok.

Infuus

Het infuus wordt een paar uur na de operatie verwijderd, als je geplast en gedronken hebt.

Ontslag

Bij een dagverplegingverblijf is het afhankelijk van hoe laat je ‘geholpen’ wordt, wanneer je weer naar huis toe mag. Dit wordt wel vooraf met je besproken, maar is meestal 3 uur nadat je weer op de kinderverpleegafdeling terug bent.

Nazorg

Dieet

Het is verstandig als je vanaf de operatie tot een week na de operatie geen hard en scherp voedsel (patates frites, vis, gebakken aardappelen, broodkorsten) of scherpe stoffen (specerijen, kool­zuurhoudende dranken, alcohol, tabak) gebruikt. Rode drank/ijs is niet verstandig, omdat dit op bloed lijkt.

Pijn

Ter bestrijding van de eventuele pijn kunt kun je bij drogist of apotheek paracetamol kopen, die je een uur voor de maaltijd in­nee­mt. Als je geen pijn meer hebt (meestal na 2 dagen), gebruik je geen pijnmedicatie meer.

Wond

De wond achter in de neus geneest met een korst die langzaam in 7-10 dagen (uiterlijk 14 dagen) vanzelf oplost of losraakt (een geringe bloeding mag daarbij optreden). Het genezingsproces kan gepaard gaan met een vieze adem (rotteningslucht); dit is normaal.

Koorts

Bij temperatuur boven de 38,5ºC neem je contact op met het ziekenhuis (binnen kantoortijden: 020-6 346 212; daar­buiten: 020-6 346 346).

Hoesten/schrapen/snuiten

Door te krachtig hoesten of schrapen kun je een nabloeding krijgen, omdat dan de wondkorst te snel kan los­raken.

Je mag de neus tot 3 weken na de operatie niet snuiten, maar wel ophalen.

Douchen/sauna

Vrijuit douchen en naar de sauna gaan is drie weken na de operatie weer toegestaan. Tot dan kan een (te) warme dou­che de aanleiding vormen tot een (meestal kortdurende) bloedneus.

Sporten/zwemmen

Intensief sporten vermijd je tot 3 weken na de operatie.

Controle

Na ontslag uit het ziekenhuis wordt je zes weken na de operatie ter controle op de polikliniek van de KNO-arts terugver­wacht. De afspraak kun je op de polikliniek KNO maken vlak voor je naar huis gaat of je kunt er (de volgende dag) voor bellen (tel. 020-6 346 212).

Complicaties

Complicaties komen gelukkig zelden voor. Toch is het belangrijk hier wel iets over te zeggen.

Nabloeding

Bij iedere operatie, ook bij het operatief verwijderen van de neusamandel, is er sprake van enig risico. In dit geval is het voornaamste risico een nabloeding.

Een normale bloedstolling tijdens en na de operatie is van groot belang, daarom mag je voorafgaand aan deze ingreep geen bloedverdunnende middelen gebruiken. Deze middelen zorgen ervoor dat het bloed minder goed of in het geheel niet stolt. Eveneens meld je dat er in uw/je familie aangeboren bloedstollingstoornissen voorkomen, als dat zo is.

De kans op een nabloeding is de eerste 3 uur na de ingreep het grootst. Na ontslag is het risico van een nabloeding zeer klein.

Bij een nabloeding is de korst te vroeg losgelaten en is een bloedvaatje weer gaan bloeden. Dit bloed is altijd helder rood en komt uit neus of mond. Er ont­staat dan soms een slecht nieuw stolsel, dat voorkomt dat het bloedende bloedvaatje zich kan terugtrekken en afsluiten, zodat er afwisselend wel en geen bloeding optreedt. Je meldt dat altijd. Soms, in minder dan 2% van de amandeloperaties, is het nodig om de nabloe­ding onder narcose te behandelen.

Bij een nabloeding thuis word je verzocht contact op te nemen met het ziekenhuis (binnen kantooruren: tel. 020-6 346 212; buiten kantooruren: tel. 020-6 346 200).

Herstel

De eerste dag na de operatie mag je alleen bij goed weer naar buiten. Nadien kan je weer werken/naar school.

WGBO (Wet Geneeskundige BehandelingsOvereenkomst)

De wet schrijft voor dat een arts voor een behandeling of een onderzoek de toestemming van de ouders nodig heeft. Daaruit vloeit voort dat ouders recht hebben op alle informatie die nodig is om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen.

Kinderen hebben eveneens recht op informatie, los van het gegeven hoe oud ze zijn. Naar gelang de leeftijd van het kind of naarmate een kind meer heeft meegemaakt, doen ouders en hulpverleners er goed aan ook naar de mening van het kind zelf te luisteren (tekst Stichting Kind en Ziekenhuis).

Voor kinderen van 12 tot 16 jaar geldt dat een arts voor een behandeling of onderzoek toestemming nodig heeft van het kind zelf en van de ouders.

Tot slot

Heb je nog vragen of heeft heb je nog aanvullingen op deze informatie, bel ons dan op.
Het telefoonnummer van de kinderverpleegafdeling is: 020-6 346 117 en van de polikliniek KNO: 020-6 346 212.